Opleidingen

Het eerste Academisch Ziekenhuis van Leiden, vernoemd naar Herman Boerhaave

Bron: Mieke van Baarsel, Geleerde zorgen. Twee eeuwen academische geneeskunde in Leiden. Leiden University Press, 2021, pg. 106.

Het eerste Academisch Ziekenhuis van Leiden (in dit gebouw is tegenwoordig het Museum Volkenkunde oftewel het Wereldmuseum gevestigd) wordt in 1872 geopend en is vernoemd naar de Leidse anatoom Herman Boerhaave (1668-1738).

Bron: Mieke van Baarsel, Geleerde zorgen. Twee eeuwen academische geneeskunde in Leiden. Leiden University Press, 2021, pg. 106.

Portret Abraham Cornelis Hartevelt

Bron: Boerhaave Collectie Leiden.

In dit Boerhaave ziekenhuis is A.C. Hartevelt als assistent interne geneeskunde omstreeks 1895 de eerste arts in Leiden die start met het opleiden van ziekenverpleegsters volgens de richtlijnen van de in 1893 opgerichte Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging. In 1905 behalen de eerste vier religieuzen uit het Sint Elisabeth Ziekenhuis dit zogenaamde ‘Boerhaavediploma’. Dit zijn: 

  • Moeder Huberta Maria (Johanna Adriana van Biljouw, geboren te Oisterwijk op 25 oktober 1867); 
  • Zuster Agnes (Adriana Maria Oonincx, geboren 14 september 1863 te Etten-Leur, overleden in Leiden op 10 november 1957); deze werd later hoofd operatiekamer;
  • Zuster Gabrielle (Adriana Snepvanger, geboren te Breda op 17 juni 1867, overleden te Breda op 10 juli 1923)
  • Zuster Juliana (Lucia Catharina de Potter, geboren te St. Jansteen op 1 maart 1873, overleden te Gilze in Huize St. Franciscus op 17 maart 1958). Deze zuster behoorde tot de eerste huis-  en wijkverpleegsters in Leiden.    

Tussen 1905 en 1911 verzorgt dokter C.L. Meuleman (gynaecoloog) de lessen aan de verpleegsters in het St. Elisabeth ziekenhuis. Hij doceert hen zowel chirurgie, anatomie, pathologie en verpleegkunde. Hij zal in 1911 naar Heerlen vertrekken en tot 1932 geneesheer-directeur zijn van de vroedvrouwenschool te Heerlen.

Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging te Leiden

Een foto van het overzicht in het Tijdschrift voor Ziekenverpleging van het aantal leden van de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging te Leiden. Directrice Louise van den Brink van het Diaconessenhuis is lid. 

Bron: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Archief Nederlandse Bond voor Ziekenverpleging, Arch00969, Inventarisnummer 110.

Een voorbeeld van de Examencommissie Alkmaar-Den Helder-Enkhuizen van het diploma voor Pleegzuster van de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging. Vermoedelijk heeft de afdeling Leiden op enig moment ook een dergelijk diploma gekend, in de periode voor 1924.  

Bron: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Archief Nederlandse Bond voor Ziekenverpleging, Arch00969, Inventarisnummer 110.

Het insigne dat hoort bij het diploma voor Kraamverpleging van de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging.

Wijkverpleging van de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging

Bron: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Archief Nederlandse Bond voor Ziekenverpleging, Arch00969, Inventarisnummer 110.

Diploma voor Wijkverpleging van de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging, zoals dit tussen 1906 en 1924 wordt uitgegeven, totdat de Wet van 1921 in januari 1924 kracht van Wet verkrijgt.

Bron: Mieke van Baarsel, Geleerde zorgen. Twee eeuwen academische geneeskunde in Leiden. Leiden University Press, 2021, pg. 65. Fotograaf: Cecile aan de Stegge, september 2023.

Een gebouw voor Rooms-Katholieke Wijkverpleging uit 1907 aan (thans) de Eerste Binnenvestgracht (deze werd vanaf 24 april 1897 Boerhaavestraat genoemd, want was gelegen vlak achter het aldus genoemde ziekenhuis.) Eén van de kersverse gediplomeerde zusters uit het Sint Elisabeth Ziekenhuis (Zuster Juliana, in 1907 30 jaar) verleent o.a. vanuit dit gebouw wijkverpleging. Daarnaast is er ook een dergelijk gebouw aan de Middelstegracht.

Handboek van Eduard Stumpff

Bron: José Eijt (2009), Wij waren er altijd. Zusters in zorg en verpleging, Franciscanessen van de H. Elisabeth, 1880-2009. Breda: Van Ierland Uitgeverij.

Vanaf 10 juni 1924 – als de verpleegopleiding opnieuw gereorganiseerd moet worden vanwege het van kracht worden van de Wet tot Wettelijke Bescherming van het diploma Ziekenverpleging – wordt Zuster Zephyrina (Geerling) officieel eindverantwoordelijk voor de verpleegopleiding. Voortaan geven diverse doktoren de vakken chirurgie, anatomie en pathologie en is Zuster Zephyrina degene die de theorie en de praktijk van de verpleegkunde doceert. Als handleiding gebruikt zij hierbij het overal in Nederland gebruikte handboek Voorlezingen over Ziekenverpleging van dokter Eduard Stumpff (Binnengasthuis Amsterdam). Hiervan werden tussen 1906 en 1947 maar liefst  30.000 exemplaren verkocht.  Het boek kende zeker 13 herdrukken en stond bekend als de ‘Bijbel der Ziekenverpleging’. In 1927 vindt het eindexamen voor de eerste keer in het eigen St. Elisabeth ziekenhuis plaats, niet langer in het academisch ziekenhuis.

Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.   

Hier zien we Eduard Stumpff omringd door zusters op het plein van het Binnengasthuis, met (voor ons) links van hem (in donkere jurk) zuster Marie E. Debrus, de eerste verpleegster die bestuurslid werd van de vakbond voor verplegenden Nosokómos. Zij was immens populair in Amsterdam, hetgeen bleek uit de schare bezoekers bij haar dienstjubileum en uit de hoeveelheid reacties die haar familie ontving na haar overlijden.

Wettelijk erkend diploma Ziekenverpleging

Bron: Dit oorspronkelijke diploma is gevonden in het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, in het Archief van de Nederlandse Bond voor Ziekenverpleging (Archief 00969), inventarisnummer 110.

Al voorafgaand aan de Wet tot Wettelijke Bescherming van het diploma Ziekenverpleging bundelen de rooms-katholieke ziekenhuisbestuurders zich en organiseren overgangs- en eindexamens in het eigen R.K. ziekenhuis, onder toezicht van R.K. priesters en examencommissies. Dit gebeurt ook in het Elisabethziekenhuis te Leiden en voor de protestanten in het Diaconessenhuis. Hier zien we het diploma Ziekenverpleging van de in 1905 opgerichte Vereniging tot Bevordering der Rooms-Katholieke Ziekenverpleging. Dit werd in 1921 wel erkend door de overheid, maar na het van kracht worden van de Wet tot Wettelijke bescherming van het Diploma Ziekenverpleging op 1 januari 1924 toch vervangen door het algemene, wettelijk geldende A-diploma.  De katholieken stelden in 1932 de plicht in tot het behalen van een godsdienstdiploma voordat eindexamen kon worden gedaan. Dit om te voorkomen dat verpleegsters het leven onvoldoende zouden  beschermen. Vanaf 1960 werd dit godsdienstdiploma vervangen door lessen ethiek tijdens de pre-klinische periode.

Bron: José Eijt (2009), Wij waren er altijd. Zusters in zorg en verpleging, Franciscanessen van de H. Elisabeth, 1880-2009. Breda: Van Ierland Uitgeverij, pag. 258-262.

Wettelijke bescherming van het Diploma Ziekenverpleging niet op tijd vorm gegeven

Bron: De diploma’s werden haar uitgeleend door Wim Trinks, de zoon van Dirkje Bos; Jan van Hasselt maakte deze foto ervan.

De door Dirkje Bos behaalde diploma’s (in de verpleging van Krankzinnigen en Zenuwzieken dat van de van de Nederlandsche Vereeniging voor Psychiatrie en Neurologie van mei 1921; het diploma van de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging behaald in april 1925) bewijzen dat het de Nederlandse Staat niet lukte om de in mei 1921 aangenomen Wet tot Wettelijke bescherming van het Diploma Ziekenverpleging (van kracht per 1 januari 1924) op tijd vorm te geven. De oude diploma’s werden in 1925 nog steeds uitgereikt.

Bron: Cecile aan de Stegge (2012). Gekkenwerk. De ontwikkeling van het beroep psychiatrisch verpleegkundige in Nederland (1830-1980). Maastricht: Maastricht University Press, 648-649.

Foto: van Kesteren Bunnik.

De Wet tot Wettelijke Bescherming van het Diploma Ziekenverpleging dwingt tot het dragen van een zilveren insigne; dit moeten de kersvers gediplomeerde verpleegsters zelf betalen. Het kost hen 5 gulden.

Foto: van Kesteren Bunnik.

De Wet tot Wettelijke Bescherming van het Diploma Ziekenverpleging dwingt eveneens tot het invullen van zogenaamde Praktijk & Rapportenboekjes. Hierin moeten zoveel mogelijk  verpleegtechnische handelingen worden afgetekend als zijnde driemaal uitgevoerd onder toezicht. Daarna geldt de leerling als volleerd. Deze praktijk gaat decennia zo door; ook als bepaalde handelingen in de praktijk niet meer voorkomen.

De Praktijk der Ziekenverpleging door Heleen A. Melk

Bron: Foto: Cecile aan de Stegge.

In 1931 verschijnt een nieuw, revolutionair boek met als titel De Praktijk der Ziekenverpleging. Het is van de hand van de eerste verpleegkundige die fulltime tot docente ziekenverpleging is benoemd. Zij is werkzaam in het Gemeentelijk Ziekenhuis aan de Zuidwal te Den Haag: Zuster Heleen A. Melk. Zij schenkt de verpleegsters een handboek met 752 pagina’s en 438 illustraties van de manier waarop ze hun verpleegtechnische handelingen kunnen/moeten uitvoeren. Ook dit boek is zeer veel verkocht. Het beleeft tot 1949 4 herdrukken.

Bron: Verbandcursus door Zr. H.A. Melk in de oude verbandkamer (maar per 1931: ‘leerkamer’)  van het Zuidwalziekenhuis, maar nu mét Chase Doll poppen uit Amerika, foto gevonden in Haeseker, B. en M.J. van Lieburg (2007). De geschiedenis van het HAGA Ziekenhuis, 1823-2007. Rotterdam: Erasmus Publishing, pag. 73. Met dank aan beide auteurs voor toestemming tot publicatie.   

Zuster Melk maakt tussen 1928 en 1930 een anderhalf jaar durende reis over de wereld, op zoek naar de beste manier om verpleegsters op te leiden. Ze is enthousiast over de verpleegopleiding in Amerika en schrijft daarover vele artikelen in het tijdschrift Het Ziekenhuiswezen. Over de poppen waarop de leerlingen hun verpleegtechnische handelingen moeten leren is ze zo enthousiast dat ze deze importeert en een zogenaamde ‘leerkamer met poppen’ inricht in het Zuidwal ziekenhuis. Hier geeft ze les in deze ‘leerkamer’, die wij heden ten dage een ‘skills lab’ zouden noemen.

Bond voor Rooms-Katholieke religieuze verplegenden, St. Canisius-bond

Bron: Cecile aan de Stegge (2012). Gekkenwerk. De ontwikkeling van het beroep psychiatrisch verpleegkundige in Nederland (1830-1980). Maastricht: Maastricht University Press, 648 en 655.

In 1926 wordt een bond opgericht voor rooms katholieke religieuze verplegenden. Aanvankelijk zijn hiervan uitsluitend de dertien hoofdzusters (vrouwen) van rooms katholieke algemene ziekenhuizen lid. Dat verandert in 1952, in reactie op de steeds invloedrijker neutrale Federatie van Verenigingen die de belangen van de Verpleging en de Verplegenden behartigen. Voortaan mogen van de Nederlandse Bisschoppen ook verplegers toetreden (de mannen zijn vooral actief in de psychiatrie) en bovendien besluiten de religieuzen dat voortaan elke individuele religieuze verplegende lid is van deze bond. Zo wordt deze katholieke bond ineens heel groot en dus invloedrijk.  

Katholieke Hogere School voor de Verplegenden te Nijmegen

Bron: Het dossier van Matthée Killian in het Archief van de Zusters onder de Bogen te Maastricht, met dank aan Martina Gerards.

In 1952 opent de Congregatie van de Eerwaarde Liefdezusters van de Heilige Carolus Borromeus (ook wel ‘Zusters onder de Bogen te Maastricht’ genoemd) de Katholieke Hogere School voor de Verplegenden in Nijmegen, naar het voorbeeld van de Hogere School voor Verpleegsters-Monitricen te Leuven. Zuster Matthée Killian is hiervan directrice in de oprichtingsjaren 1952-1966 en wordt om deze reden in 1969 gedecoreerd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau door dr. R.J.H. Kruisinga (Christen Historische Unie), de toenmalige Staatssecetaris van het Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Vanuit het Sint Elisabethziekenhuis In Leiden gaat zuster Euphemia van der Wulp deze opleiding volgen vanaf 20 juni 1960. Daardoor kan zij zuster Zephyrina opvolgen, die in 1964 als directrice vertrekt. 

Vooropleiding voor verpleegsters

Bron: Digitaal krantenarchief van Erfgoed Leiden en Omstreken.

Leidse Courant, 25 mei 1956. Het Diaconessenhuis en het Academische Ziekenhuis te Leiden starten met een vooropleiding voor meisjes die nog te jong zijn voor de verpleegopleiding, maar die ze wel vast in huis willen hebben. Reden: het enorme verpleegsterstekort in de jaren vijftig. Terwijl sinds de aanname van het door de Duitsers ingevoerde Ziekenfondsbesluit in 1941 de opname in een algemeen ziekenhuis wordt gefinancierd en alle algemene ziekenhuizen groeien als kool, heeft Nederland nog steeds als norm dat vrouwen na hun huwelijk niet meer mogen werken. De meeste jonge vrouwen zijn hierdoor slechts  enkele jaren verpleegster, en gaan weg zodra zij trouwen. De ziekenhuizen beseffen nog niet dat dit opleidingssysteem, wat enerzijds zorgt voor ‘handen aan het bed’ anderzijds feitelijk een enorme vorm van kapitaalvernietiging is. Vanwege hun tekorten gaan ze zich richten op zeer jonge meisjes als wervingstactiek.  

De gestencilde prospectus uit het Sint Elisabeth Ziekenhuis

Bron: Het prospectus van Toos van Hoorn.

De voorpagina van een gestencilde prospectus van het Sint Elisabeth ziekenhuis te Leiden uit 1960 (gekregen van Toos van Hoorn, die hier in 1960 met haar A-opleiding begon), waarin onder andere de toelatingseisen en de theoretische inhoud van de preklinische periode van drie maanden wordt beschreven. Het prospectus staat in zijn geheel onder tabblad 5 (Objecten en Foto’s) en is door te bladeren door op de pijltjes te klikken.

De behoefte aan een vorm van vooropleiding voor beginnende ziekenverpleegsters groeit vanaf 1952, en houdt verband met het verpleegsterstekort, waardoor de concurrentie om personeel tussen inrichtingen en ziekenhuizen steeds sterker wordt en alom nadelige gevolgen krijgt. Tot 1952 was het in veel ziekenhuizen zo, dat zij grote aantallen gediplomeerde verpleegsters uit de psychiatrie als leerling aannamen, omdat dezen ook een A-diploma en vooral de kraamopleiding wilden behalen. Psychiatrische inrichtingen hadden daar schoon genoeg van, omdat zij veel tijd investeerden in het opleiden van zeer jonge en nog volstrekt onervaren mensen, die dan direct vertrokken na diplomering. Voor de ziekenhuizen waren die reeds in de verpleging gesocialiseerde krachten zeer aantrekkelijk! Nu er steeds meer ziekenhuisbedden bij kwamen en er een tekort aan verpleegsters ontstond, lieten ziekenhuizen ook heel jonge, nog onopgeleide meisjes instromen. Ze merkten dat die arbeidsdiscipline en kennis misten. Daarom werd een preklinische periode ontwikkeld voor een basale theoretische en praktische training in het verpleegkundige werk. Toen deze opleiding – met het vak ethiek – eenmaal een feit was, verviel de verplichting tot het behalen van een godsdienstdiploma.

Bron: Toos van Hoorn.

De voorpagina van de gids voor beginnende verpleegsters in het Sint Elisabeth Ziekenhuis uit 1960. Eveneens een gestencild werk, waarin de beginnende verpleegster alle regels die gelden in het ziekenhuis krijgt uitgelegd. Er staat bijvoorbeeld in dat na drie keer verzuim tijdens een schooljaar het recht vervalt op examen doen. In de gids staat ook dat een verpleegster geen cadeaus of versnaperingen mag aannemen van patiënten, en dat zij, wanneer zij per ongeluk iets stuk maakt dat ofwel aan een patiënt ofwel aan het ziekenhuis toebehoort, minstens 30% van de geleden schade moet vergoeden.

Zuster Louise de Ridder

Bron: Persoonlijk archief van Loes de Ridder.

Zuster Loes de Ridder slaagt in mei 1963 voor haar diploma in Algemene Ziekenverpleging in het Bethesda ziekenhuis te Vlissingen. Op 1 januari 1965 stapt ze over naar het Diaconessenhuis Leiden, om hier de kinderaantekening te behalen.  

Bron: Foto gemaakt door Cecile aan de Stegge bij Loes de Ridder, 29 april 2024.

Het insigne van Loes de Ridder met de ooievaar voor de kraam, en de twee stippen voor de kinderaantekening.

Bron: Het plakboek van Marijke Spaanderman, in bezit van Loes de Ridder.

Het rooster van 29 december 1966, voor het examen kinderaantekening, met de namen van Loes de Ridder, Marijke Spaanderman en Nel Verbaan.

Bron: Het plakboek van Marijke Spaanderman, in bezit van Loes de Ridder.

Een foto van de geslaagden na het examen voor de kinderaantekening. Op de voorste rij v.l.n.r.: Marijke Spaanderman, Loes de Ridder en Nel Verbaan. Achter hen links Zuster A.P. Anspach en rechts Mies Zaalberg. Na het vertrek van zuster Zaalberg in 1967 mag Loes haar opvolgen als afdelingshoofd en zal dan 15 jaar hoofd van de kinderafdeling blijven.

Bron: Verzameling diploma’s van Loes de Ridder.

22 november 1972: Loes de Ridder behaalt het diploma voor de specialistische theoretische cursus ‘Fysiologie en pathologie van de pasgeborene’, een samenwerkingsproject tussen het Wilhelmina Gasthuis en het Academisch Ziekenhuis te Amsterdam.

Bron: Verzameling diploma’s van Loes de Ridder.

1988. Loes de Ridder, inmiddels etagehoofd over twee afdelingen, behaalt een post-HBO getuigschrift in ‘Veranderingsprocessen in de gezondheidszorg’ bij het Instituut HGZO te Leusden, Utrecht en De Bilt.

Bron: Verzameling diploma’s van Loes de Ridder.

Februari 1994. Loes de Ridder krijgt een getuigschrift van de Examencommissie van de Voortgezette Opleiding Management in de Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden dat zij de 1-jarige opleiding met succes heeft doorlopen.“Mijn diploma’s zijn een treffend bewijs voor het feit dat wij ook vroeger al ‘een leven lang leerden’ als verpleegkundigen. Ik vond het dan ook heel moeilijk mijn titel als verpleegkundige te verliezen. Ik heb ruim 40 jaar als verpleegkundige gewerkt! Maar na het doorhalen uit het BIG register ben je ineens niemand meer.  Dat voelde voor mij als het verlies van een identiteit.”  

Bron: Foto gemaakt door Cecile aan de Stegge bij Loes de Ridder, 29 april 2024.

29 februari 2024: Verpleegkundige Henriëtte van der Ploeg uit het Alrijne Ziekenhuis (links op de foto) is op bezoek bij Loes de Ridder in Burgh Haamstede, om samen foto’s en herinneringen op te halen aan de jaren waarin zij samenwerkten op de afdeling van Loes. Henriette was daar praktijkopleider vanuit de dienst Opleidingen van het Diaconessenhuis.

Toos van Hoorn

Bron: Het echtpaar Jan en Toos de Boer-van Hoorn. Met dank aan Carin Westhof voor de bemiddeling.

Catharina Cornelia Maria (Toos) van Hoorn (een tante van verpleegkundige Carin Westhof van Alrijne Academie) behaalt op 24 oktober 1963 haar A-diploma in het Sint Elisabeth Ziekenhuis te Leiden. Directrice verpleging daar is dan zuster Euphemia van der Wulp, Hoofd opleiding is Zuster Maria Mediatrix van Schagen.

Bron: Het echtpaar Jan en Toos de Boer-van Hoorn. Met dank aan Carin Westhof voor de bemiddeling.

1963: Zuster Toos van Hoorn tijdens de diploma uitreiking in het Elisabeth Ziekenhuis, met haar ouders. Achter haar zijn drie verpleegkundigen zichtbaar: links zuster van den Berg (een leek), in het midden een lachende zuster Christophora (burgernaam onbekend), en rechts waarschijnlijk zuster Conrada Brocatus, die in 1960 de zusters Fulgentia en Florentia (beiden volleerde laborantes) in het laboratorium was opgevolgd.

Toos vertrekt direct na diplomering Bij het Elisabeth ziekenhuis en behaalt bij de Mariastichting in Haarlem haar kraamdiploma, in de psychiatrische en neurologische kliniek te Utrecht een diploma in psychiatrische verpleegkunde en aan de sociale academie De Amstelhorn een diploma in wijkverpleging.  Ze werkte haar hele leven in de verpleging; toen de kinderen klein waren werkte ze als avondhoofd in een revalidatiecentrum, toen de kinderen groter waren werkte ze in de wijkverpleging en in de jeugd gezondheidszorg tot haar pensionering.

Evenals Loes bleef ze dus een leven lang leren.

Bron: Het echtpaar Jan en Toos de Boer-van Hoorn. Met dank aan Carin Westhof voor de bemiddeling.

Het insigne van Toos van Hoorn, wat haar studiezin goed laat uitkomen. Het insigne drukt met de twee kleuren blauw en wit op het kruis uit dat er een A- en een B-diploma is behaald, de ooievaar staat voor de kraamaantekening en de hoekjes voor de wijkverpleging.

Lesgroep Vita Nova

Vooraan links staand Yvonne Wurzer (die van 1990 tot 2000 directiesecretaresse werd in het Diaconessenhuis), daarachter Maria Menken, daarachter Margreet Stets en bovenaan Mareen Glabbeek. Rechts van Mareen staat Dymph van der Wulp, dan Ineke van Egmond (overleden in Canada), dan Dorothee Scheerder en zittend vooraan Mieke Nuy en guitig achter Mieke zit Wil Pieterse. De meeste van deze vrouwen zijn toen zij trouwden en kinderen kregen even gestopt met werken, maar later weer in de verpleging teruggekeerd.

Bron: Lesgroep Vita Nova.

Dr. Bos, kinderarts, spreekt de geslaagden van Lesgroep Vita Nova toe. Hij had hen toegelaten tot de kraamopleiding, zij behoorden tot de eerste jaargang leerlingen ziekenverpleging bij wie de kraamaantekening in de A-opleiding geïntegreerd was.

Tijdschrift Onderwijs en Gezondheidszorg

Bron: Cecile aan de Stegge (2012). Gekkenwerk. De ontwikkeling van het beroep psychiatrisch verpleegkundige in Nederland (1830-1980). Maastricht: Maastricht University Press, 728.

1977. Voormalig psychiatrisch verpleger Wim J. Speets, anno 1977 directeur van de Rotterdamse Prinses Margriet School (een middelbare beroepsopleiding voor verpleegkundigen), richt het Tijdschrift Onderwijs en Gezondheidszorg op. Hier zien we het derde nummer.

Yolande Schutte

Bron: Plakboek Yolande Schutte.

1979. De lesgroep van Yolande Schutte in het St. Elisabeth ziekenhuis heeft de preklinische fase doorstaan, naar blijkt uit een bericht in het interne blad.  

Bron: Plakboek Yolande Schutte.

1979. De cijferlijst van Yolande Schutte na het beëindigen van de pre-klinische periode.

Bron: Plakboek Yolande Schutte.

De groep van Yolande Schutte zingt een lied ter afsluiting van de preklinische opleiding, zoals dat dan nog gebruikelijk is. Ze bedanken hierin diverse docenten zoals in de volgende foto duidelijk wordt.

Bron: Plakboek Yolande Schutte.

De tekst van het lied van de lesgroep van Yolande Schutte, die daarna als lesgroep ‘Mascotte’ met de opleiding verder zal gaan. 

Inservice-onderwijs van Ministerie van Volksgezondheid naar Ministerie van Onderwijs

Bron: Delpher/kranten.

De Volkskrant van 7 november 1979 maakt bekend dat de Tweede Kamer de bewindslieden van het Ministerie van Volksgezondheid en het Ministerie van Onderwijs (respectievelijk mevr. N. Ginjaar-Maas en K. de Jong) dwingt om eerder de stap te zetten die ze zelf ook al wilden nemen: het inservice-onderwijs overhevelen van het Ministerie van Volksgezondheid naar het Ministerie van Onderwijs. Dit is enorm ingrijpend voor de ziekenhuizen. Overal zullen regionale scholen gaan ontstaan in plaats van ziekenhuisgebonden opleidingen. Het op termijn stoppen van de inservice-opleidingen leidt onder jonge mensen tot grote onzekerheid met betrekking tot de vraag langs welke route ze het beste verpleegkundige kunnen worden. De instroom daalt fors, met alle gevolgen van dien.  

Bron: Delpher/kranten.

Een vergelijkbaar bericht uit het Nederlands Dagblad, 7-11-1979.

Bron: Delpher/kranten

Een vergelijkbaar bericht uit Trouw, 7-11-1979.

De twee-niveau discussie zet door

1985, 1 november. De twee-niveau discussie zet door.

Nieuweroord

Bron: Fotoalbum Conny Vet.

In 1986 bundelen de Inservice-opleidingen van vier regionale ziekenhuizen (Academische Ziekenhuis Leiden, St. Elisabeth Ziekenhuis Leiderdorp, het Diaconessenhuis Leiden aan de Houtlaan en Rijnoord in Alphen aan den Rijn) hun krachten en verhuizen gezamenlijk naar Nieuweroord, voorheen de zusterflat van het AZL. Hier zien we Conny Vet, een vrouw die eerder het diploma ziekenverzorgende behaalde in het Sint Elisabeth Gasthuis, als leerlingverpleegkundige in bed zitten in Nieuweroord, om anderen de kans te geven op haar te oefenen bij het inbrengen van een maagsonde via de neus. 

Bron: Plakboek Conny Vet.

Het interieur van de flat Nieuweroord tijdens de pauze.

Bron: Plakboek Conny Vet.

Lunchpauze op het dak van de Nieuweroordflat. Conny Vet in roze outfit.

Bron: Plakboek Conny Vet.

Een cijferlijst voor het diploma A-verpleegkundige van de Centrale School Nieuweroord.

Bron: Nederlands Dagblad, 11 mei 1990.

1990, 11 mei. Precies één dag voor de Dag van de Verpleging laten ministers Hans Simons (Volksgezondheid) en Jo Ritzen (Onderwijs) samen aan de Tweede Kamer weten dat de omschakeling van het inservice-onderwijs naar dagonderwijs wat hen betreft van de baan is en dat zij in plaats daarvan streven naar een samenhangend stelsel van verpleegopleidingen, met plaats voor alle niveaus en alle soorten van onderwijs. Dit bericht van 11 mei in het Nederlands Dagblad rept niet van het feit dat de omschakeling volgens de ministers ‘niet budgettair neutraal mogelijk is’ (lees: ‘financieel onhaalbaar’), maar stelt dat het gaat om het verbeteren van het onderwijs.

Bron: Tineke van den Dries-Kreulen.

1989-1996. Tineke van den Dries-Kreulen in haar werkkamer in het Diaconessenhuis, waar zij van 1989 tot 1996 als Hoofd Praktijkopleidingen fungeert. “Er was toen sprake van één Centrale School voor de Inservice-opleidingen van de vier regionale ziekenhuizen. Als hoofd praktijkopleidingen was ik de verbindende schakel tussen Het Diaconessenhuis en die Centrale School.”

Bron: Tineke van den Dries-Kreulen. Hij is gemaakt door Frans Smulders, de vaste fotograaf van het Diaconessenhuis indertijd.

1996. Tineke van den Dries-Kreulen voor de Centrale School Nieuweroord aan de Rijnsburgerweg, op de laatste dag voordat die Centrale School overgaat naar het MBO en het onderwijs dus gaat vallen onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Onderwijs. “Leiden had gekozen voor ROC Mondriaan in Den Haag, maar met een vestiging in Leiden aan de Vondellaan. Ik werd daarvan directeur van 2010 tot mijn pensioen in 2019. Ik was als directeur erg actief in het werkveldoverleg. Elke maand zat ik met de praktijkopleiders om de tafel, met alle praktijkopleiders in de diverse ziekenhuizen en verpleeghuizen. Ik kende de zorg ook van binnenuit, want voordat ik schooldirecteur werd was ik hoofd van de kliniek en de poliklinieken geweest,” aldus Tineke op 8 april 2024.  “Deze foto markeert voor mij het definitieve afscheid van het inservice-onderwijs.”

Henriëtte van der Ploeg

Bron: Henriette van der Ploeg.

1988. Henriëtte van der Ploeg (toen een leerling uit de overgangstijd van het oude inservice-onderwijs naar dagscholen) behaalt het A-diploma in het Westeinde Ziekenhuis in combinatie met de Centrale School Opleidingsinstituut Florence Nightingale te Den Haag.   

Bron: Henriette van der Ploeg.

1988: De waarschuwing van de Inspectie bij het in ontvangst nemen van het diploma.

Bron: Henriëtte van der Ploeg.

Het bewijs dat Henriëtte van der Ploeg na het volgen van het eerste schooljaar 1989-1990  is geslaagd voor de propaedeuse van de HBOV-Deeltijd aan Hogeschool Leiden. “Omdat ik al een A-diploma bezat kreeg ik natuurlijk wel wat vrijstellingen en zodoende deed ik vier jaar over de HBOV-Deeltijd in plaats van de zes jaar die er normaal voor stond. Dit hield in dat ik gedurende vier jaar elke dinsdag naar school ging van 14 tot 22 uur. Ik heb daar enorm van genoten. De A-opleiding was immers een behoorlijk medisch gerichte opleiding, waar je hoofdzakelijk geneeskunde en verpleegtechnische vaardigheden leerde. Op de Hogeschool kreeg ik verpleegkundige theorieën, leerde klinisch redeneren, methodisch werken, vakken als filosofie en ethiek, en communicatievaardigheden. Er ging een wereld voor me open”,  aldus Henriëtte in een gesprek op 27 maart 2024.   

Bron: Henriëtte van der Ploeg.

De modulelijst van Henriette van der Ploeg bij het slagen voor de propaedeuse.

Bron: Henriëtte van der Ploeg.

De cijferlijst voor de Propaedeuse van Henriette van der Ploeg.

Bron: Henriëtte van der Ploeg.

De modulelijst voor het vervolg van de Deeltijdopleiding.

Bron: Henriëtte van der Ploeg.

1993, 6 juli. Het diploma HBOV deeltijd van Henriëtte van der Ploeg.

Bron: Henriette van der Ploeg.

De vakken- en cijferlijst die hoorden bij het diploma van Henriëtte van der Ploeg.

Samenwerking Diaconessenhuis en Rijnland ziekenhuis

Bron: Plakboek Henriëtte van der Ploeg.

1995. Het eerste bewijs van samenwerking tussen het Diaconessenhuis en het Rijnlandziekenhuis, een extra cursus urologie voor verpleegkundigen die gezamenlijk wordt georganiseerd. Henriëtte van der Ploeg volgt deze cursus; zij werkt dan op Interne Geneeskunde onder Gerard Valk, die haar wegens ernstige rugklachten eerst gaat inzetten op de Huiskamer voor Ouderen, maar haar nadien zal aanbevelen bij de Dienst Opleidingen, waarvoor zij na de HBOV-deeltijd mag gaan werken als praktijkopleider op de afdeling van Loes de Ridder. 

Opleiders in het Diaconessenhuis

Bron: Joke van Kooten-Maatman en Inge Klaassen-Rietveld.

Staand van links naar rechts: Liesbeth Boswinkel, Henriëtte van der Ploeg, Trudy van Straalen, Janny Roders, Marijke Blok, Inge Rietveld.

Zittend van links naar rechts:  Martin van Heyst, Joke van Kooten-Maatman en Diana Leergaard.

De dienst opleidingen heeft zeer veel uiteenlopende taken.

Bron: Inge Klaassen-Rietveld.

De dienst opleidingen heeft zeer veel uiteenlopende taken, hetgeen zij creatief tot uiting brengt. Op dit wandkleed uit 2010 is duidelijk hoeveel verschillende vragen deze dienst moet bedienen.  

Getuigschrift Verpleegkundig Specialist

Bron: Dorie van Hooff.
Bron: Dorie van Hooff.
Bron: Dorie van Hooff.

1995, 16 maart. Dorie van Hooff behaalt als pionier vanuit Diaconessenhuis Leiden aan Hogeschool Utrecht het getuigschrift van de Voortgezette Opleiding Gezondheidszorg Verpleegkundig Specialist, met als differentiatie Langdurige Zorgproblematiek. Het is opmerkelijk (en een terugkerend fenomeen in de verpleegkundige geschiedenis) dat de Hogeschool dit getuigschrift uitreikt voordat de titel van verpleegkundig specialist een wettelijke basis heeft.